Bibliotheek

Hier vind u diverse termen uit de bouw- en vastgoed branche. 

De juiste informatie is de sleutel tot succes.

  

 

 
 

 

          

 

         Ebooks

     Documentatie  

 

Bouw Besluit 2012 WOZ Instructie 2011

 

Energielabel NEN 2580 Instructie

     Terminologie

          

Vastgoed

Bebouwde terreinoppervlakte

De oppervlakte binnen de buitenomtrek van een gebouw, gemeten ter hoogte van het maaiveld, voorzover de oppervlakte binnen het terrein ligt.

Binnenruimte

Een ruimte die aan alle kanten over de volle hoogte omsloten en overdekt is.

Buitenruimte

Een ruimte die door het ontbreken van uitwendige bouwkundige scheidings-constructies permanent in open verbinding staat met de bodem en/of de buitenlucht. Gebouwgebonden buitenruimten als overkapte entrees blijven buiten beschouwing bij de bepaling van de vloeroppervlakte of verhuurbare oppervlakte. Gebouwgebonden buitenruimten als balkons, loggia’s en carports blijven buiten beschouwing bij de bepaling van de vloeroppervlakte.

Gebruiksfunctie

De gedeelten van een of meer bouwwerken op een perceel of standplaats, die dezelfde gebruiksbestemming hebben en die samen een gebruikseenheid vormen.

Bijeenkomstfunctie, bijvoorbeeld een kerk.

Industriefunctie, bijvoorbeeld een fabriek.

Kantoorfunctie, bijvoorbeeld een gemeentehuis.

Logiesfunctie, bijvoorbeeld een hotel.

Sportfunctie, bijvoorbeeld een zwembad.

Winkelfunctie, bijvoorbeeld een warenhuis.

Overige gebruiksfunctie, bijvoorbeeld een trafohuisje.

Woonfunctie, bijvoorbeeld een woning, woonwagen.

Logiesfunctie, bijvoorbeeld een trekkershut.

Overige gebruiksfunctie, bijvoorbeeld een garagebox.

Gebruiksoppervlakte

De vloeroppervlakte van een ruimte of een groep van ruimten die geschikt is voor het beoogde gebruik. Een bedrijfsgebouw kan bestaan uit ruimten voor administratie en industrie. Een appartementscomplex kan bestaan uit ruimten voor wonen, gemeenschappelijke ruimten en overige gebruiksruimten.

Gebruikseenheid

Geheel van ruimten voor één gebruiker of één gebruikersgroep. Een gebruikseenheid kan bestaan uit één of meer gebruiksfuncties. Een kantorencomplex bestaat uit meerdere gebruikseenheden (verschillende bedrijven). Een appartementencomplex bestaat uit meerdere gebruikseenheden (appartementen).

Netto inhoud

Het product van de netto-vloeroppervlakte (vermeerderd met de oppervlakten van vides en schalmgaten groter dan 4 m2) en de netto hoogte (bovenzijde afgewerkte vloer tot bovenzijde vloer van de daarboven gelegen ruimte of het dak) Erik geeft de voorkeur aan de berekening van gebruiksoppervlakten boven inhoudsbepaling. Erik geeft de voorkeur aan de berekening van gebruiksoppervlakten boven inhoudsbepaling.

Ruimte

Een voor mensen toegankelijk deel van een gebouw met een hoogte van tenminste 1,5 m, dat geheel of gedeeltelijk door bouwkundige scheidingsconstructies wordt begrensd en waarvan de vloer of de overdekking een onderdeel vormt van de constructie van het gebouw. Een kruipruimte onder de woning behoort volgens de NEN-2580 norm niet tot de vloeroppervlakte.

Stadsvernieuwing:

Stadsvernieuwing is een zodanig geïntensiveerde aanpassing van woon-, werk-, produktie-, en leefmilieu (in de bebouwde kom van vóór 1970) aan de huidige wensen en normen, dal de thans nog aanwezige achterstand sprongsgewijs wordt ingelopen, zulks ten bate van hen die in achterstandsgebieden wonen, werken en hun bedrijf uitoefenen. Onderhoud en beheer vallen daar dus buiten.'

Terreinoppervlakte

Oppervlakte van een door de kadastrale (of andere) grenzen bepaald perceel.

Verhuurbare oppervlakte

Gebruiksoppervlakte van een bedrijfsgebouw, exclusief ruimten voor gebouwinstallaties, verticaal verkeer en parkeerruimten voor motorvoertuigen. De verhuurbare oppervlakte verschilt tevens van de vloeroppervlakte door de glaslijncorrectie. n.v.t. voor woningbouw.

 

Taxatieleer

Soorten Methodes

Vergelijkingsmethode

Het vergelijken van de desbetreffende onroerende zaak met andere onroerende zaken die recentelijk verkocht zijn of worden aangeboden; dit zijn de zogenaamde referentiepanden. Dit is een intuïtieve methode, die veel toegepast wordt bij woonhuizen en appartementen. Het nadeel van deze methode is dat zij niet erg exact is, maar deze methodiek sluit goed aan bij de praktijk, immers een koper vergelijkt ook altijd en het zijn niet altijd rationele factoren die daarbij een rol spelen.

Huurwaardemethode

Deze methode wordt veel toegepast bij commercieel onroerend goed, waarvoor een huurmarkt bestaat De vergelijkingsmethode is nu niet goed toepasbaar aangezien we te weinig vergelijkingsobjecten hebben. In de commercieel vastgoed - sector wordt gerekend in huurprijzen en deze zijn dus makkelijker te herleiden. Door nu het aantal m2 op te meten en deze te vermenigvuldigen met een vast te stellen m2 - prijs wordt de economische huurwaarde benaderd.

Omdat binnen een gebouw niet elke vierkante meter even veel waarde heeft worden de meters veelal in zones verdeeld; alle waarden worden dan gerelateerd aan de A - zone. Met name is het bij winkelpanden gebruikelijk de eerste 10 meter diepte als A - zone te waarderen, de volgende 10 meter is dan de B - zone en deze meters tellen voor 50 % van de A meters; vervolgens is er soms nog een C - zone. De waarde voor meters gelegen op verdiepingen en souterrains is doorgaans 10 tot 30%. van A.

Kapitalisatiemethode

Deze methodiek volgt op de huurwaardemethode en dient om de verkoopwaarde van commercieel vastgoed vast te stellen. Door de huurwaarde van een pand te vermenigvuldigen met de zgn. kapitalisatiefactor kunnen we de verkoopwaarde benaderen. De Kapitalisatiefactor wordt dus vastgesteld op basis van de beschikbare transacties, indien er huurgegevens bekend zijn.

Aanvangsrendementsmethoden

Deze methoden kunnen all een gebruikt worden bij verhuurde onroerende zaken. Immers, er moet sprake zijn van een huuropbrengst; zonder huuropbrengst geen rendement.

Het aanvangsrendement bestaat uit de huuropbrengst uitgedrukt in een percentage van de koopsom plus kosten koper. In feite zijn de rendementsmethoden de vice versa van de kapitalisatiemethode; met dien verstande dat de Rendementsmethoden uitgaan van de Huuropbrengst.

Hoe lager het  aanvangsrendement ligt hoe hoger de koopsom van het vastgoed is geweest. Het aanvangsrendement heeft een zeer nauwe relatie met de algemene rentestand op de kapitaalmarkt. Immers, iemand die vastgoed als belegging koopt kan zijn kapitaal ook anders beleggen, zoals bijvoorbeeld in depositorekeningen, obligaties, aandelen e.d.. In het algemeen wordt een vastgoedbelegging vergeleken met een belegging in 10-jarige Nederlandse staatsobligaties, waar het risico nihil gesteld wordt. Duidelijk zal zijn dat het AR op vastgoed doorgaans hoger dient te liggen. Beleggers wensen een vergoeding voor hun risico's en hun kosten. Anderzijds kan een vastgoedbelegging nog eens in waarde stijgen.

Indien een taxateur nu een object gaat taxeren kan hij op basis van bovenstaande zélf de Yield vaststellen van het object. De Yield wordt dan steeds in verhouding gebracht met de risico's die aan de belegging kleven.

Bij alle beleggingsvormen gaat het immers steeds om de verhouding risico en rendement. Hoe hoger het risico des te hoger het rendement dient te zijn en vice versa. Merk op dat de koopsom doorgaans een onderdeel van de investering is. Aangezien we het rendement op onroerend goed willen vergelijken met het rendement op obligaties moeten we rekening houden met kosten koper, die bij obligaties veel lager liggen. Geschiedt de aankoop echter vrij op naam, dan zijn er voor deze koper/belegger uiteraard geen kosten.

Bruto aanvangsrendementsmethode

Het BAR-percentage geeft het Bruto Rendement op het totaal te investeren kapitaal in het eerste exploitatiejaar.

Netto aanvangsrendementsmethode

De NAR-methode is afgeleid van de BAR-methode en geeft het Netto - OZ & Rendement op het totaal te investeren kapitaal in het eerste exploïtatiejaar.

Nu wordt rekening gehouden met de Exploitatielasten, die voor rekening van de eigenaar/verhuurder/belegger zijn en ten laste komen van de Bruto Huuropbrengst. Te denken valt hierbij aan de volgende kosten: jaarlijkse onderhoud , premie opstalverzekering, beheerskosten, onroerende zakenbelasting eigenarengedeelte, eventueel terug te vorderen BTW ter zake van in rekening gebrachte leveringen/diensten eventueel te betalen erfpachtcanon, overige vaste lasten.

• aangezien de Netto Huuropbrengst per definitie lager is dan de Bruto Huuropbrengst ligt ook de NAR altijd lager dan de BAR.

• BAR-methode houdt geen rekening met de zogenaamde Exploitatiekosten.

• bij beide methoden de kosten koper meenemen.

• beide methoden trekken dus een relatie tussen de Huuropbrengst en de verkoopwaarde.

• indien er sprake is van achterstallig onderhoud dan dient deze direct in mindering te worden gebracht op de aankoopsom. 

• als je de koopsom/waarde wilt berekenen maakt het niet uit welke methode wordt toegepast.

Kuberingsmethode

Deze methodiek gaat uit van een m3 - prijs van de onroerende zaak en deze m3 - prijs/waarde wordt vermenigvuldigd met de inhoud van het gebouw. Deze methode wordt veelal toegepast indien de waarde van een woonhuis moet worden vastgesteld ten behoeve van een te sluiten verzekering.

Oppervlaktemethode

Deze methodiek is dezelfde als onder 8 met dit verschil dat nu gerekend wordt met een prijs/waarde per mZ. Ook de oppervlaktemethode dient om de waarde ten behoeve van de verzekering toe te passen en men past deze methodiek met name in het commercieel onroerend goed toe. Veel taxateurs passen de m3/m2 - methoden ook toe om de verkoopwaarde vast te stellen. Zo wordt in grote wereldsteden, maar ook steeds meer in de kleinere plaatsen in Nederland, de verkoopwaarde van appartementen afhankelijk gesteld van jet: aantal mZ vloeroppervlak en een waarde per m2, vastgesteld op basis van vergelijking  van  verkochte appartementen.

Residuele waardemethode

Deze wordt door gemeenten en projectontwikkelaars gebruikt om de prijs van een perceel grond te bepalen of de waarde van een object dat gesloopt of structureel verbouwd dient te worden.

 

Soorten Waarden:

Onderhandse verkoopwaarde

De prijs die bij onderhandse verkoop bij aanbieding vrij van huur en gebruik en op de voor de onroerende zaak meest geschikte wijze, na de beste voorbereiding, door de meest biedende gegadigde zou zijn besteed. De verkoopwaarde van een onroerende zaak wordt door de markt bepaald. De markt is het geheel van vraag en aanbod met betrekking tot een onroerende zaak. Het is de markt die de waarde bepaalt en het is de taxateur die de markt interpreteert. De OVW is dus de marktwaarde en deze wordt gebruikt voor verkoop- en/of aankoopbeslissingen.

De OVW wordt door een groot aantal factoren bepaald. In het onroerend goed zegt men wel eens: "er zijn drie factoren van belang voor de waarde, namelijk locatie, locatie en nog eens locatie. Nu is het inderdaad zo dat een krot in een villawijk meer waard kan zijn dan een mooie luxe bungalow in een krottenwijk, maar er zijn nog vele andere factoren die van belang zijn voor de waarde.

De ovw in verhuurde staat wordt vastgesteld ervan uitgaande dat de onroerende zaak verhuurd is cq. verhuurd zal worden. Het betreft hier beleggingspanden; het pand wordt aangeboden inclusief één of meerdere huurders of zal verhuurd gaan worden. De kopers/eigenaren willen of kunnen niet zélf gaan gebruiken. Het is deze beleggers om de inkomsten uit het pand te doen. Er zijn meer factoren die nu een rol spelen in de waarde.

Het komt ook voor dat de zittende huurder  zijn huurpand wil kopen. De waarde zal dan in veel gevallen anders komen te liggen dan dat een derde het pand koopt. Daarom is er een eigen waardebegrip: de ovw bij aankoop huurder. In de praktijk ligt de waarde dan tussen de 'OVW, vrij van huur en gebruik' en de 'OVW in verhuurde staat' en is afhankelijk van de individuele omstandigheden.

Executiewaarde

De prijs die bij gedwongen openbare verkoop volgens plaatselijk gebruik, door de meest biedende gegadigde zou zijn besteed.

Deze waarde zal gewoonlijk gebruikt worden bij een taxatie ten behoeve van een nog te verstrekken financiering. Het recht van parate executie is al. Omdat een pand bij een openbare gedwongen verkoop minder oplevert dan onderhands ligt de executiewaarde doorgaans onder de verkoopwaarde. Allereerst geldt de oude handelsregel: 'een gedwongen verkoop lijdt altijd tot verlies' en in de tweede plaats speelt mee dat de veilingkosten nogal hoog zijn. Kopers zullen daar bij hun biedingen dus rekening mee houden. De waarde zoals deze tot stand komt op een veiling noemen we de executiewaarde en een taxateur die voor de geldverstrekker taxeert zal dus uit moeten gaan van de executiewaarde. Het bedrag dat een consument kan lenen is uiteraard afhankelijk van zijn inkomen. Voor een geldverstrekker/financier is echter de executiewaarde van de woning naast het inkomen van belang.

Economische huurwaarde

De prijs die bij aanbieding ten verhuur, op de voor de onroerende zaak meest geschikte wijze en na de beste voorbereiding, door de meest biedende gegadigde zou zijn besteed. Dit waardebegrip wordt gebruikt indien de onroerende zaak wordt aangeboden op de vrije huurmarkt.

Verwar de huurwaarde niet met de huuropbrengst! De huuropbrengst is de feitelijke opbrengst op grond van het huurcontract en de huurwaarde is de denkbeeldige huurprijs-/opbrengst. Deze kunnen aan elkaar gelijk zijn maar kunnen in de loop der tijd steeds verder uit elkaar komen te liggen.

Wettelijke huurwaarde woonruimte

De prijs die bij verhuur van woonruimte maximaal redelijk wordt geacht op grond van de Uitvoeringswet Huurprijzen Woonruimte. Deze waarde wordt verkregen door de toepassing van het zogenaamde puntensysteem ingevolge deze wet.

Wettelijke huurwaarde BW 7:290-Bedrijfsruimte

De huurprijs voor een BW 7:290 - bedrijfsruimte, exclusief de door de huurder aangebrachte verbeteringen, die berekend wordt, gelet op het gemiddelde van de huurprijzen van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse die gedurende een referentieperiode van 5 jaar hebben gegolden en die herleid zijn volgens de algemene ontwikkeling van het prijspeil tot aan de laatste dag van de referentieperiode van 5 jaar.

Waardebegrip ingevolge de wet waardering Onroerende zaken

Deze waardebegrippen worden dus gebruikt indien de WOZ - waarde bepaald moet worden, dus taxaties t.b.v. de onroerende zaak belasting, inkomstenbelasting en waterschapsheffing.

Herbouwwaarde

Het bedrag benodigd voor herbouw van het verzekerde gebouw onmiddellijk na het voorval op dezelfde plaats en met dezelfde bestemming.

De Herbouwwaarde representeert het totale bedrag dat nodig is om gebouwde onroerende zaken, met inbegrip van aard en nagelvaste voorzieningen zowel qua omvang als kwaliteit en constructie in gelijke vorm en architectuur te doen herbouwen, inclusief alle gebruikelijke en noodzakelijke bijkomende kosten, exclusief grond en fundering tot de onderkant begane grond/keldervloer.

De Herbouwwaarde wordt algemeen bepaald door de prijs uit te drukken per m3 of per m2 en dan de kuberings- of oppervlaktemethode toe te passen. Ze is opgebouwd uit de volgende kostencomponenten:

- sloopkosten

- honoraria deskundigen

- bouwkosten

- bestaande uit: bouwkundige kosten van vloeren, gevels, daken,

- binnenwanden, trappen e.d.

- installatiekosten van complete, gebruiksklare gas-, water-,

- elektrotechnische en

- werktuigkundige installaties

- bouwplaatskosten

- algemene kosten en winst en risico

Balanswaarde 

Onroerende zaken kunnen in de jaarrekening gewaardeerd worden op basis van de historische kostprijs en op basis van actuele waarde. In het kader van de 4e EG-richtlijn dienen B.V. 's en N.V. 's hun onroerende zaken voor de jaarrekening veelal te verantwoorden op de actuele waarde. Het gaat dan om de bedrijfseconomische jaarrekening en niét de fiscale, die uitgaat van de historische kostprijs. De actuele waarde is een verzamelnaam voor drie eigen waardebegrippen, die gelden voor alle duurzame productiemiddelen, de materiële activa waaronder bijvoorbeeld grond, gebouwen , machines en dergelijke vallen.

Opbrengstwaarde

Het bedrag waartegen een goed bestens kan worden verkocht, onder aftrek van de nog te maken kosten. Deze waarde is van toepassing indien het activa betreft die opbrengsten opleveren zonder dat zij in de bedrijfsuitoefening worden gebruikt of verbruikt. Anders gezegd: de opbrengstwaarde wordt gebruikt indien:

a. het activa betreft die niet dienstbaar zijn en niet gebruikt worden voor

de uitoefening van de onderneming of  b. indien de activa zelfstandig opbrengsten opleveren zonder dat zij gebruikt of verbruikt worden ten behoeve van de ondernemingsactiviteit.

De waarde ten tijde van de waardering van het aan een goed of samenstel van goederen toe te rekenen deel van de netto omzet die kan worden verkregen met de uitoefening van het bedrijf waartoe het dient of is bestemd.

De materiële vast activa worden tegen bedrijfswaarde gewaardeerd indien het activa betreft die dienstbaar zijn aan de activiteit van de onderneming, rekening houdende met het feit dat binnen afzienbare termijn tot beëindiging van die activiteit zal worden gekomen. De bedrijfswaarde wordt gebruikt wanneer het aannemelijk is dat de bedrijvigheid in een gebouw een aflopende zaak is en deze activa niet meer wordt vervangen. Deze komt in de praktijk niet zo veel voor.

Vervangingswaarde

Het bedrag dat nodig zou zijn om in de plaats van een goed dat bij de bedrijfsuitoefening is of wordt gebruikt, verbruikt of voortgebracht, een ander goed te verkijgen of te vervaardigen dat voor de bedrijfsuitoefening een in economisch opzicht gelijke betekenis heeft.

Indien mag worden aangenomen dat de activiteit waarvoor de materiële vaste activa bestemd zijn voor onbepaalde tijd zal worden voortgezet, wordt de vervangingswaarde gebruikt. In deze situatie is er sprake van een continuële situatie van de bedrijvigheid. Deze wordt dus gebruikt voor onroerende zaken die in een lopend bedrijf worden gebruikt; deze onroerende zaken dienen dus dienstbaar te zijn aan het productieproces. De vervangingswaarde is het bedrag dat nodig is om goederen te vervangen door goederen die in economisch opzicht een gelijke betekenis hebben. Wet op stads- en dorpsvernieuwing (wsdv). Deze wet heeft als doel een stelselmatige inspanning te leveren waardoor op sociaal, economisch, cultureel en milieuhygiënisch gebied een gemeente goed kan blijven functioneren.  

      

Dienstverlening 

NEN 2767-1 

Een methode om de conditie van bouw- en installatiedelen op objectieve en eenduidige wijze vast te leggen. In de methodiek is gesteld dat de invloed op de bedrijfsvoering geen relatie heeft met de conditie.  

Scan bestandsformaten  

PDF

PDF is een afkorting van Portable Document Format. Dit bestandsformaat beoogt een belangrijk probleem op te lossen, namelijk de integratie van diverse bestandsformaten binnen een enkelvoudige bestandsstructuur. Tekst en afbeeldingen en/of meerdere afbeeldingen gebundeld, kunnen in een enkel bestand worden opgeslagen en wel zodanig dat het vanaf alle gangbare computerplatforms kan worden bekeken.

PDF en OCR
PDG kan dus meerdere afbeeldingen (waaronder TIFF en JPEG) samenvoegen tot 1 document en kan hier ook ge-OCR'de tekst aan koppelen, zodat een document doorzoekbaar wordt. PDF kan overigens veel meer, maar in het kader van archivering van gescande document is het samenbundelen van de gescande afbeeldingen het meest belangrijk. PDF is te openen met het programma Adobe Reader, maar er zijn ook andere freeware en shareware PDF readers.

PDF en archiveren
PDF kent wel verschillende versies. Er komen steeds nieuwe mogelijkheden bij. Hierdoor bestaat de kans dat opties In oude versie niet meer te openen zijn in nieuwe readers. Vanuit archivering is dit een nadeel de nieuwste readers moeten ook over 10 of 20 jaar oude PDF's kunnen openen. Hiervoor heeft Adobe PDF/A ontwikkeld. 

PDF/A

Adobe heeft PDF/A ontwikkelt om ervoor te zorgen dat de documenten in de toekomst ook nog leesbaar zijn. Het is feitelijk een subset van PDF (dus niet alle mogelijkheden zijn beschikbaar). Een eigenschap van PDF/A is dat het 100% zelfvoorzienend moet zijn. Gebruiktelettertypes worden dus in het bestand zelf opgeslagen (een lettertype zou over 10 jaar niet meer beschikbaar kunnen zijn) er is geen geluid of video, geen encryptie of scripttalen.

Er zijn op dit moment 2 standaarden:

  • PDF/A-1a
  • PDF/A-1b

PDF/A-1b zorgt ervoor dat een document er in de toekomst nog steeds hetzelfde uitziet. PDF/A-1a gaat een stap verder en verzekert dat de documentstructuur gereproduceerd kan worden en kan worden doorzocht.

Er wordt op dit moment aan een nieuwe standaard gewerkt,PDF/A-2. PDF/A-2 zal extra mogelijkheden kennen. Het is de bedoeling dat PDF/A-1 documenten ook compliant zijn met de PDF/A-2 standaard, maar PDF/A-2 document voldoet niet per definitie aan PDF/A-1 vanwege het gebruik van de extra mogelijkheden.

BMP

BMP,een afkorting van bitmap is een bestandsindeling voor afbeeldingen. Een BMP is een raster met pixels. BMP-bestanden zijn meestal niet gecomprimeerd, zodat ze vaak veel groter zijn dan gecomprimeerde grafische bestanden die een plaatje van dezelfde afmeting bevatten. Daar waar datacompressie wordt toegepast in een BMP-bestand, kunnen tekeningen nog enigszins worden gecomprimeerd, maar voor foto’s niet volstaat. De bestandsgrootte van een niet-gecomprimeerd BMP-formaat is eenvoudig te berekenen,aantal pixels x aantal bits per pixel.

BMP-bestanden kunnen de volgende indelingen hebben:

1 bit ( 2 kleuren);
4 bits ( 16 kleuren);
8 bits (256 kleuren);
true-color (RGB, 8 bits per kleur, dus 24 bits per pixel).

24-bits true-color BMP-bestanden zijn nooit gecomprimeerd.

BMP levert van alle bestandsformaten de grootste bestanden op. Daarom wordt het niet vaak gebruikt voor de opslag van gedigitaliseerde archiefstukken.

GIF

GIF, Graphics Interchange Format is een bestandsindeling voor het opslaan van afbeeldingen in digitale vorm. Een grafische bestandsindeling met pixels. GIF ondersteunt kleuren, verschillende resoluties, animatie en een transparante achtergrond. Het aantal kleuren in een GIF-bestand is beperkt tot maximaal 256,door het gebruik van 8 bits. Er kan wel uit 262.144 verschillende kleuren gekozen worden.

Compressie vindt plaats op basis van de verdeling en het aantal kleuren in horizontale richting. Indien het een afbeelding is met weinig kleuren en met herhalende patronen is goede compressie mogelijk en de bestandsgrootte erg klein. Zijn er veel kleuren dan loopt de bestandsgrootte op en zijn bestandsformaten als JPEG of PNG met 24 bits per pixel veelal een betere optie.

GIF werkt goed met kleine afbeeldingen met weinig kleuren zoals logo's en buttons.

TIFF

TIFF staat voor Tagged Imaged File Format.

TIFF met metadata
Door middel van taggs kan data aan een afbeelding worden gekoppeld. Dit is algemene informatie over de afbeelding zoals hoogte of de soort compressie, en applicatie specifieke. Microsoft heeft een toepassing waarbij je een tiff bestand kunt OCR'en en dan de ge-OCR'de tekst opslaan als tags in de TIFF.

TIFF heeft ook de mogelijkheid om meerdere pagina's in een TIFF document op te nemen. Dit wordt een Multipage TIFF bestand genoemd.

PNG

Het Portable Network Graphics formaat is in 1996 ontwikkeld. PNG was in eerste instantie bedoeld als patentvrij bestandsformaat voor het web, als alternatief voor het GIF-formaat. De ontwikkelaars van PNG hebben toepassingen van TIFF overgenomen. En inmiddels is het -voor RGB-beelden- een goede vervanger voor TIFF.

Behalve 240bits afbeeldingen biedt PNG ook de mogelijkheid om minder bits per pixel (dus minder kleuren) te gebruiken.Zeker bij archiefstukken of bouwtekeningen, als het kleurbereik niet zo groot is, kan dit een behoorlijke winst in de bestandsgrootte opleveren. Niet zo sterk als JPEG, maar de compressie van PNG is Lossless en de afbeelding kan keer op keer opnieuw bewerkt en opgeslagen worden.

Een afbeelding opgeslagen in PNG kan door iedere applicatie die PNG ondersteunt worden geopend.

 

Bouw

Achterwerker                                

Een niet in het zicht komende steen.

Aërosolen                                         

In lucht gedispergeerde waterdeeltjes met een diameter van 1 tot 10 micrometer.

Afschot                                              

Het afschot is de helling van de waterdichte laag en de ondergrond in de   richting van de hemelwaterafvoeren.

Ballastlaag                                       

Een ballastlaag bestaat uit één of meer lagen materialen, aangebracht op het dakbedekkingsysteem of de isolatielaag.

Branddoorslag                          

De uitbreiding van brand van één ruimte naar een andere ruimte anders dan via de buitenlucht.

Brandoverslag                               

De uitbreiding van brand van één ruimte naar een andere ruimte uitsluitend via de buitenlucht.

Brandvoortplanting                  

Het zich uitbreiden van de brand in de ruimte of plaats waar de brand aanwezig is.

Brandwerendheid                       

De eigenschap van een bouwconstructie omgedurende eenbepaalde tijdzonder

functieverlies weerstand te kunnen bieden aan verhitting volgenseengestandaardiseerdeproef.

 

Correctief Onderhoud              

Onderhoud dat verricht wordt als een                                                    onderhoud storing heeft plaats gevonden.

Daken

Een dak is de totale klimaatscheidende constructie die de bovenzijde

van een gebouw vormt. Daken worden onderscheiden in

platte en hellende daken. De dakhelling is de hoek die het schuine

dakvlak vormt met het horizontale vlak en wordt uitgedrukt in

graden en/of procenten.

Dakafwerkingen

Afhankelijk van de dakhelling zijn verschillende dakafwerkingen

toe te passen. In verband met windbelasting dienen in een aantal

gevallen de materialen verankerd te worden aan de onderconstructie.  

APP- en SBSdakbanen

De meest gebruikte bitumineuze dakbedekkingen zijn gemodificeerde bitumineuze producten als APP (Atactisch-Poly-Propyleen) of SBS (Styreen-Butadien-Styreen). Modificeren betekent wijzigen. Door het wijzigen van de samenstelling van bitumen veranderen ook de eigenschappen.

APP

De APP-dakbanen zijn UV-bestendig en kunnen worden gelegd met of zonder leislag. De levensduur van het bitumen wordt verlengd door toevoeging van APP en de flexibiliteit neemt toe. APP dakbanen worden vaak gebruikt voor daken waar geen beschermende ballastlaag op kan worden aangebracht of waar esthetica niet van belang is.

SBS

SBS is een thermoplastisch kunstrubber, bij verhitting wordt het materiaal vloeibaar, na afkoeling wordt het weer hard en heeft het zijn elastische eigenschappen weer terug. Door toevoeging van de SBS wordt de levensduur van het bitumen verlengd, is het materiaal beter te verwerken bij lagere temperaturen en kan het beter bewegingen in de ondergrond opnemen (elastisch). De SBS-dakbanen zijn standaard voorzien van leislag of beschermende ballastlaag. Deze producten kunnen zowel op hellende als op platte daken worden gebruikt en hebben een gemiddelde levensduur van circa 20 jaar. Herkenning “Duimproef”: wanneer bij SBS gemodificeerd bitumen de duim al drukkend wordt rondgedraaid en de duim wordt weer losgelaten, draait de ondergrond met leislag weer terug. APP gemodificeerd bitumen kent dit verschijnsel niet.

Dakpanvormen

In ons land bestaat de keuze uit verschillende modellen dakpannen, deze modellen kunnen onderverdeeld worden in: Holle dakpannen: het waterafvoerende gedeelte is gebogen en de kopsluiting loopt met de vorm van het panlichaam mee. Vlakke dakpannen: de kopsluiting is recht, ongeacht de vorm van het waterafvoerende dakpanvlak. De afmetingen van de pannen zijn niet genormaliseerd, in geval van een renovatie kan er niet zondermeer een ander type pan toegepast worden. De oude holle (of Hollandse) dakpan is de oudste en meest simpele dakpan. Door het ontbreken van de sluitingen liggen de pannen niet erg vast op het dak en laten daardoor stuifsneeuw gemakkelijk door.

Dakpannen:

Oude Holle (of Hollandse)

Maatvoering:

Afmeting dakpan (lxb) ca. 343x242 mm

Latafstand ca. 305 mm

Gemiddelde werkende breedte ca. 202 mm

Aantal per m2 (stuks) ca. 16,2

De nadelen van de holle pan waren een reden om een verbetering

aan te brengen.

 

Verbeterde Holle (of Hollandse) (VH)

Maatvoering:

Afmeting dakpan (lxb) ca. 361x256 mm

Latafstand ca. 292 mm

Gemiddelde werkende breedte ca. 218 mm

Aantal per m2 (stuks) ca. 15,7

Opnieuw Verbeterde Holle (OVH 206)

Maatvoering:

Afmeting dakpan (lxb) ca. 372x268 mm

Latafstand ca. 312 mm

Gemiddelde werkende breedte ca. 206 mm

Aantal per m2 (stuks) ca. 15,6

Opnieuw Verbeterde Holle (OVH 201)

Maatvoering:

Afmeting dakpan (lxb) ca. 371x263 mm

Latafstand ca. 306 mm

Gemiddelde werkende breedte ca. 201 mm

Aantal per m2 (stuks) ca. 16,3

Bijzondere Dakpanmodellen

Deze dakpanmodellen zijn vooral geschikt voor renovatie en

restauratie:

Grote Romaanse

Maatvoering:

Afmeting dakpan (lxb) ca. 344x256 mm

Latafstand ca. 286 mm

Gemiddelde werkende breedte ca. 205 mm

Aantal per m2 (stuks) ca. 17

 

Kleine Romaanse

Maatvoering:

Afmeting dakpan (lxb) ca. 294x216 mm

Latafstand ca. 261 mm

Gemiddelde werkende breedte ca. 183 mm

Aantal per m2 (stuks) ca. 20,9

Tuile du Nord Enkele Zijsluiting

Maatvoering:

Afmeting dakpan (lxb) ca. 281x214 mm

Latafstand ca. 229 mm

Gemiddelde werkende breedte ca. 189 mm

Aantal per m2 (stuks) ca. 23,1

Tuile du Nord 3kopssluiting

Maatvoering:

Afmeting dakpan (lxb) ca. 332x244 mm

Latafstand ca. 257 mm

Gemiddelde werkende breedte ca. 206 mm

Aantal per m2 (stuks) ca. 18,9

Kruispan (Bouletpan)

Maatvoering:

Afmeting dakpan (lxb) ca. 287x224 mm

Latafstand ca. 236 mm

Gemiddelde werkende breedte ca. 199 mm

Aantal per m2 (stuks) ca. 21,3

Vlakke Mulden

Maatvoering:

Afmeting dakpan (lxb) ca. 411x243 mm

Latafstand ca. 343 mm

Gemiddelde werkende breedte ca. 202 mm

Aantal per m2 (stuks) ca. 14,4

Holle Mulden

Maatvoering:

Afmeting dakpan (lxb) ca. 420x253 mm

Latafstand ca. 346 mm

Gemiddelde werkende breedte ca. 207 mm

Aantal per m2 (stuks) ca. 14

Dilatatievoeg                                 

Naad in het materiaal die beweging van de naastgelegen gedeelten ten opzichte van elkaar mogelijk maakt. drieklezoor Deel van een steen met een lengte van een driekwart steen.  

Elektro

In de elektrische installatie worden vier kleuren draad gebruikt:

Bruin - Aanvoerdraad (fase).

Blauw - Afvoerdraad (nulleiding).

Zwart - Schakeldraad (na schakelaars en tussen

schakelaar en lamp).

 Geel/Groen -Aarddraad.

 

Bij oude installaties kunt u nog te maken krijgen met de ‘oude’ kleuren:

Groen - Aanvoerdraad.

Rood - Afvoerdraad.

Grijs - Aarddraad.

 

Bij nog oudere installaties kunt u nog te maken krijgen met de ‘nog oudere oude’ kleuren:

Rood - Afvoerdraad.

Zwart -  Aanvoerdraad.

 

Energieprestatie                         

Maat voor de energetische eigenschappen coëfficiënt van een gebouw of een gedeelte van een gebouw inclusief gebouwinstallaties gebruikersgedrag.

Hoekkeper                                       

De snijlijn van de schuine dakschilden op een uitwendige hoek.

Kilkeper                                             

De snijlijn van de schuine dakschilden in een inwendige hoek. kit Een kunstmatig, langs chemische weg, vervaardigd product waarmee naden tussen dezelfde of verschillende materialen elastisch gedicht kunnen worden.

Klezoor                                             

Deel van een steen met een lengte van een kwart strek.

Koude- / thermische brug    

Een gedeelte van een constructie dat een belangrijk lagere warmteweerstand heeft dan het grootste deel van een constructie.

Kruip                                                    

Toeneming van de vervorming van een materiaal in de tijd bij gelijkblijvende belasting.

Lagenmaat                                       

Steendikte plus de dikte van een lintvoeg.

Lintvoeg                                            

Horizontale voeg in het metselwerk.

Muurplaat                                        

Een balk plat op de muur onder de dakvoet waarop het dakbeschot wordt bevestigd en waar vaak de dakgoot aan wordt gemonteerd.

Preventief   onderhoud             

Het onderhoud dat wordt uitgevoerd voordat het verwachte gebrek daadwerkelijk optreedt of het onderhoud dat als zodanig in de planning is opgenomen.

Stootvoeg                                        

Verticale voeg in metselwerk.

Strek                                                    

Langste zijde van een baksteen.

Triplex                                                 

Een plaatmateriaal, bestaande uit drie of meer op elkaar gelijmde lagen van hout, waarvan de vezelrichtingen elkaar kruisen.

Uitlogen                                             

De oplosbare stoffen uit het materiaal worden afgescheiden en worden zichtbaar aan de oppervlakte.  

Voorwerker                                     

Een in het zicht komende steen.  

Vorst                                                    

Nokafdekking van uiteenlopende materialen.  

Vulkaniseren                                 

Verhitten met zwavel voor samensmelting van twee gelijkwaardige materialen

 

 

 

    

06 - 55 68 0888

e-Mail

0578 - 57 32 26

 

0578 - 61 79 04

Blogger

 

YouTube

 

Twitter

Bibliotheek

 

Copyright © 2008 - 2014