NEN 2580

Meetregels

 

 

Meten met NEN 2580

Uniforme meetregels en afsprakenover de vloeroppervlakten in woning- en utiliteitsbouw.  

ALGEMENE MEETREGEL:

Meten tussen de opgaande scheidingen bij erkers vormen de gevelkozijnen van de erkers de opgaande scheiding vaste inrichtingsobjecten niet meerekenen plinten buiten beschouwing laten

MEETREGEL 1

Minimaal vereiste hoogte boven de vloer van 1,5 m Uitzondering vormen vloeroppervlakten onder trappen

MEETREGEL 2

Vloeroppervlakte van trappen meerekenen.Op de bouwlaag, waar de vloer begint, meten we de gebruiksoppervlakte alsof de trap niet aanwezig is. Vloeroppervlakten van gemeenschappelijke ruimten in logiesgebouwen, die voor 95% of meer bestaan uit verkeersruimten worden niet toegedeeld aan de gebruikseenheden, die erop zijn aangewezen.

MEETREGEL 3

Vides, trapopeningen en liftschachten kleiner dan 4 m2 als vloeroppervlakte beschouwen. Deze ‘vloer’ oppervlakten tellen we bij de bouwlaag, waarvan de vloer een opening vertoont. De ‘vloer’oppervlakte van liftschachten bepalen we met de uitwendige maten.

MEETREGEL 4

Incidentele nissen en uitsparingen groter dan 0,5 m2 meerekenen als vloeroppervlakte.

MEETREGEL 5

Vrijstaande bouwdelen kleiner of gelijk aan 0,5 m2 meerekenen als vloeroppervlakte.

MEETREGEL 6

Dragende binnenwanden mogen niet meegerekend worden als vloeroppervlakte.

Als een niet-dragende binnenwand de scheiding vormt tussen verschillende gebruiksfuncties is er sprake van een opgaande scheiding, waardoor de vloeroppervlakte van deze wand niet meetelt.

MEETREGEL 7

Leidingschachten kleiner dan een halve m2 wel mee rekenen als vloeroppervlakte. Dit geldt voor de oppervlakte, bepaald op basis van de uitwendige maten.

               

 

         

 

 

    

06 - 55 68 0888

e-Mail

0578 - 57 32 26

0578 - 61 79 04

Route & Openingstijden

Linked In

Blogger

Bibliotheek

 

Copyright © 2008 - 2017